Je leert de afstand die de bal vliegt te controleren met de zwaailengte.
Leg 10 ballen 3 meter buiten de oefengreen. Maak met tees 2 vakken van 3 bij 3 meter op de green. De afstand van de bal tot aan het begin van het eerste vak is 10 meter en voor het tweede vak is dit 15 meter. Je gooit nu eerst 5 ballen naar het eerste vak en daarna 5 ballen naar het tweede vak. Daarna speel je met je club 1 bal naar het eerste vak en daarna 1 bal naar het tweede vak. Herhaal dit met de andere 4 ballen per vak. Je slaat er dus 10 in totaal.
Als 2 van de 5 ballen stil komen te liggen in ieder vak, dan ben je op de goede weg. Is dat niet gelukt? Geeft niets, gewoon nog een keertje proberen. Oefen maximaal 5 keer achter elkaar.